Ik koos niet voor AI

Het was eind januari 2024. Het Filmfestival Oostende stond met stip genoteerd in mijn agenda. Op mijn kijklijst stond de film 'La bête'. Het is 2044, artificiële intelligentie heeft een groot stuk van het werk van de mens overgenomen. Mensen raken uitgeblust in doodsaaie baantjes. Taken die intellect vereisen, worden enkel overgelaten aan de ratio van AI. De mens is te gevoelig om belangrijke beslissingen te nemen. Daarom ondergaat het hoofdpersonage een DNA-zuiveringskuur om haar emoties uit te schakelen.
Klinkt eng? Absoluut. Dat we binnen twintig jaar een behandeling kunnen krijgen om onze emoties voor eens en voor goed weg te filteren? Ik denk het niet. Ik hoop van niet. Maar wat AI voor ons werk en ons leven nog zal betekenen, daar durf ik amper over na te denken.
Het loopt allemaal zo'n vaart nog niet? Misschien niet. Maar spoel even twintig jaar terug. Had je toen geloofd hoe ons digitale bestaan er vandaag zou uitzien? Wat heeft het vaart gemaakt! AI is ondertussen het nieuwe normaal.
Nieuwsgierig
Soms kan ik heel enthousiast zijn over en nieuwsgierig naar wat (generatieve) AI kan. Hoewel ik ondertussen zelf mijn tweeweken-menu samenstel, was het een test met ChatGPT die me op dat idee bracht. Ondertussen houd ik het al een paar maanden vol. Ik bestel een keer om de twee weken mijn boodschappen en zet geen voet meer binnen in een supermarkt. Pure luxe! Tussendoor gaat manlief wel nog een keertje, maar dat gebeurde voorheen ook al.
Sommige zaken uitvogelen, zoals verzekeringen of printertypes vergelijken, gaat een stuk makkelijker met AI. Voor mijn digitale nieuwjaarswensen had ik een toepasselijk beeld gemaakt. Heel leuk allemaal. Maar heb ik het nodig? Zat ik er op te wachten? Neen.
Noodzaak
In de professionele omgeving kan ik er niet omheen. Niet omdat ik generatieve AI echt nodig heb. Want hé, tot voor kort was het er gewoon nog niet. Het kan een aantal taken eenvoudiger maken. Wie het goed gebruikt, kan sommige taken sneller en beter uitvoeren. Ik zou generatieve AI nog veel vaker moeten inzetten, me erop toeleggen, alle hoekjes en kantjes ervan ontdekken. Want anders raak ik alsnog achterop. Met de komst van generatieve AI hebben we andere vaardigheden nodig. Waar je goed in was, wordt plots niet meer relevant. Als kenniswerker heb ik weinig keus.
Schuldgevoel
Maar het wringt. Als ik onder de douche sta, word ik verdrietig en kwaad. Zoals meestal sta ik veel te lang onder de douche. Dat warme water doet zo'n deugd. Toch geniet ik er te weinig van. Want al snel komt het schuldgevoel, dat ik weeral onnodig veel water aan het verspillen ben. En dan lees ik in De Morgen van 14 februari 2026 Van uitstoot tot oppervlakte: de zware milieukost van AI. Terwijl ik me daar in mijn blootje sta schuldig te voelen, worden in een razend tempo datacenters bijgebouwd om aan de behoeften van AI te kunnen voldoen. Een hoog elektriciteitsverbruik, een niet te verwaarlozen uitstoot, een aanslag op grondstoffen, een groeiend landgebruik en een toenemend waterverbruik als gevolg.
AI-bedrijven investeren massaal in hernieuwbare energie. Goed zo. Maar het blijft energie die we niet ergens anders voor kunnen gebruiken. Het gaat minder snel vooruit als de toename van hernieuwbare energie naar een nieuwe industrie gaat die een groeiende slokop blijkt te zijn.
Hoe verder?
Die generatieve AI is nog maar een paar jaar tot in onze huiskamer doorgedrongen. We zijn nog met z'n allen aan het leren hoe we het kunnen inzetten. Dit is pas een begin. En het is een blijver, maar tegen welke kost?
Ik wil graag zelf blijven nadenken, zelf schrijven, en geen prompts. Duurzaamheid staat hoog op mijn waardenlijst. Is het professionele zelfmoord als ik generatieve AI vooral links laat liggen? Dit is een retorische vraag.
Gelukkig is er Koen Schoors, econoom, professor aan de UGent. In zijn boek Alles wordt anders (een aanrader!) schets hij een mogelijke betere toekomst. En die toekomst heeft AI nodig. Hoe AI vandaag al wordt misbruikt door autocratische regimes om zichzelf te versterken en democratieën te ondermijnen, hoe AI door algoritmes onrechtvaardigheid in stand houdt, hoe AI helpt met het verspreiden van desinformatie en polarisatie, dat is allemaal eng. Ook schrijft hij dat '...de nieuwe golf van automatisering vooral een deel van de creatieve middenklasse zal bedreigen.' Onder die middenklasse verstaat hij 'middelmatige schrijvers (ik voel me aangesproken), therapeuten, fotografen, grafisch ontwerpers, acteurs, zangers, lesgevers en coaches.'
Wat wordt het een saaie wereld als onze - zelfs middelmatige - creativiteit er niet meer toe doet. Het museum van de toekomst: in zaal één vind je een selectie van de productieve maker Gemini. De werken worden telkens drie seconden geprojecteerd. Zo kan je alvast genieten van een fractie van diens creaties. In zaal twee komen we in oosterse sferen met een dictatoriaal kantje van meester Deepseek. Goed, ik overdrijf, maar je begrijpt me wel.
Die toekomst heeft dus AI nodig. Om de groene energie-evolutie te versnellen, om de decentrale energie-opslag te monitoren, om artsen bij te staan en zo de geneeskunde nog te verbeteren, om te zoeken naar nieuwe, betere producten, om heel gericht landbouwgrond te besproeien, om een antwoord te bieden op de stabiliserende en vergrijzende bevolking. En ga zo maar door. Volgens Schoors is de toekomst circulair en wordt afval tot een minimum gereduceerd. Zo zullen datacenters volledig draaien op groene energie en zal het restproduct warmte niet meer gekoeld worden met water, maar dienen om de naburige serres (stadslandbouw) te verwarmen. Eenmaal de nodige grondstoffen opgedolven zijn, kunnen we ze steeds opnieuw gebruiken.
Voor die positieve (r)evolutie hoeven we niet te wachten op een coup van een paar moedige groene wereldverbeteraars. Deze evolutie is nu aan de gang, aangedreven door de economische realiteit en door - niet in kleine mate Europese - regelgeving. Maar dit decennium zitten we op een kantelpunt. Het is dus logisch dat we twijfelen en bezorgd zijn. Al kan het ook de leeftijd zijn. Schoors meent dat loonanciënniteit vanaf een bepaalde leeftijd geen zin meer heeft. 'Je waarde voor een bedrijf blijft niet toenemen, gewoon omdat je langer werkt. Je wordt wel wijzer en rustiger, maar ook een dagje ouder en iets trager van begrip en uitvoeren.' Daarom pleit hij voor het afschaffen van de anciënniteitsregel vanaf 45 jaar. Bijna daar...